Trou moet Blycken
516 jaar oud en springlevend

Trou moet Blycken: 516 jaar oud en springlevend

Trou moet Blycken is een besloten herensociëteit te Haarlem met circa 250 leden, die ’Broeders’ worden genoemd. De geschiedenis van Trou moet Blycken, een rederijkerskamer, gaat terug tot 1503. Mogelijk is het gezelschap nog ouder. Trou moet Blycken is de enige rederijkerskamer in Nederland die onafgebroken is blijven bestaan.


Geschiedenis

d’ Aloude Rethorijckkamer der Pellicanisten onder de zinspreuk:“TROU MOET BLYCKEN”

De rederijkerij is waarschijnlijk tegen het einde van de dertiende eeuw ontstaan en is vermoedelijk in het kielzog van de Vlaamse migranten overgekomen naar Holland. In het gemeentearchief van Haarlem bevindt zich een stuk uit 1503 waarin Trou moet Blycken de oude kamer wordt genoemd. Deze rederijkerskamer bestond dus al vóór 1503.

Een rederijkerskamer bestond uit een groep burgers met belangstelling voor dichtkunst en toneelspel. Zij werden door het stadsbestuur ook wel ingeschakeld bij feesten, zoals de blijde inkomste van de Landsheer of -Vrouwe, en bij het organiseren van optochten en toneelvoorstellingen in het openbaar. In die zin bepaalden zij mede het aanzien van de stad. Zij organiseerden ook Landjuwelen waarbij de kamers uit verschillende steden wedijverden in het opvoeren van toneelstukken en het houden van symbolische optochten.

In 1606 waren de Pellicanisten de gastheren van zo’n evenement. Veertien bezoekende kamers schonken bij die gelegenheid schilderstukken op houten panelen met veel symboliek erin verwerkt, de zogenaamde blazoenen. Op Trou’s eigen blazoen prijkt de pelikaan die haar jongen voedt met het bloed uit haar opengepikte borst. Volgens de overlevering doen pelikanen dat bij voedselschaarste. Hierin zag men een analogie met de zelfopoffering van Christus.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw begon de ontwikkeling die Trou veranderde van een rederijkerskamer in een herensociëteit.

De jaarlijks door de Factor voorgedragen jaarzang zet de literaire traditie nog altijd voort. En vrijwel elk jaar verzorgen de Broeders een toneelvoorstelling, waarvoor de teksten door leden van de broederschap worden geschreven.

Meer weten:
Voor meer informatie, zie Noord-Hollands Archief.


Sociëteit

Het pand: Grote Houtstraat 115

Het pand aan de Grote Houtstraat 115 is in 1665 gebouwd door de toenmalige eigenaar Gerard Colterman.

Na verschillende verervingen en verkooptransacties komt het pand in 1794 in handen van Jacob Hoofdman die grote twijnderij-belangen aan het Spaarne had. Hij was al in 1782 toegetreden tot de Broederschap en vervulde in latere jaren de functie van Hoofd.

Na zijn dood in 1799 wordt zijn ongehuwde dochter Maria de eigenaresse. Het pand gaat na haar overlijden over naar de familie Quarles van Ufford en wordt door die familie gedurende de gehele 19e eeuw als woonhuis gebruikt.

In 1921 wordt het huis aan Trou verkocht. Onder leiding van architect J. van den Ban vonden diverse verbouwingen plaats om het gebouw geschikt te maken voor sociëteitsgebruik. In 1960 werd een grondige restauratie onder leiding van Broeder Prof. Ir H.T. Zwiers afgerond. Het gebouw was inmiddels als monument aangemerkt.

In 1977 heeft er een grondige interne renovatie plaatsgehad waarbij het souterrain ook een sociëteitsfunctie heeft gekregen. Voor het eeuwfeest in 2003 zijn alle vertrekken op de begane grond opnieuw geverfd, behangen en gestoffeerd, waarmee het gebouw met trotse luister een nieuwe periode is ingegaan.

Op 30 juni 2014 werd het pand getroffen door een grote uitslaande brand op de zolderverdieping. Hierdoor is de historische dakconstructie verloren gegaan en hebben de onderliggende verdiepingen forse waterschade opgelopen. Het pand is inmiddels compleet gerestaureerd en Broeders hebben het per juli 2017 wederom officieel geopend.

©2019 Grote Houtstraat 115, 2011 SJ  Haarlem  023 53 11 474 info@troumoetblycken.nl Klein Heiligland 32/34